ABRvS 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4631
Bij besluit van 18 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2]; hierna samen: de vreemdelingen) een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen. Referent is geboren op [geboortedatum] en heeft de Syrische nationaliteit. Zij wil gezinshereniging met haar meerderjarige dochter, vreemdeling 1, en minderjarige kleinzoon, vreemdeling 2. De vreemdelingen hebben ook de Syrische nationaliteit. Vreemdeling 1 is geboren op [geboortedatum]. Zij is op 4 juni 2015 getrouwd en na haar huwelijk met haar echtgenoot gaan samenwonen in een kamer naast de woning van haar ouderlijk gezin in Saoedi-Arabië. Vreemdeling 1 en haar echtgenoot hebben op 17 april 2016 een zoon gekregen, vreemdeling 2. Referent is in juni 2019 samen met haar echtgenoot en haar andere drie kinderen teruggegaan naar Syrië, waar zij een kamer huurden. Vervolgens is vreemdeling 1 samen met haar echtgenoot en vreemdeling 2 ook teruggegaan naar Syrië en ook in die kamer gaan wonen. Referent is op 14 juli 2019 vertrokken naar Nederland en is hier op 26 augustus 2019 ingereisd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4630
- ABRvS 29 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2146
- ABRvS 22 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4804
- ABRvS 10 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2671
- ABRvS 9 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3067
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:248
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:1070
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2022:617
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2022:618