ABRvS 25 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3783

Bij besluit van 14 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een boete van € 20.500,- opgelegd. [appellante] is eigenaresse van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. De woning bestaat uit vier bouwlagen en twaalf kamers en heeft een oppervlak van 242 m2. Op het adres stonden vijf personen ingeschreven in de basisregistratie personen. Naar aanleiding van een melding woonfraude hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning op 19 juni 2019 bezocht. Van dit bezoek hebben zij een rapport opgesteld. Daarin is vermeld dat één van de bewoners, [persoon A], heeft verklaard dat in de woning acht personen wonen. Zij werken of lopen stage bij [appellante], die eigenaar is van de woning. Volgens [persoon A] heeft iedereen een eigen kamer, die ook op slot kan. Iedereen heeft ook een eigen huurcontract. De benedenverdieping wordt gedeeld. Ook de twee badkamers en drie toiletten worden gedeeld. Volgens het college is een deel van de woning in strijd met de Huisvestingswet 2014 onttrokken aan de bestemming tot bewoning.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken