ABRvS 8 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1870
Bij onderscheiden besluiten van 4 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellanten] tezamen een boete opgelegd van € 20.500,- wegens het zonder vergunning onttrekken van de woning aan de [locatie A] in Amsterdam aan de bestemming wonen en een last onder dwangsom ter hoogte van € 50.000,- ineens als de overtreding niet binnen een week is beëindigd en beëindigd blijft. [appellanten] zijn sinds 2011 eigenaren van de woning aan de [locatie A] in Amsterdam. De woning bestaat uit drie bouwlagen en heeft een oppervlakte van 121 m2. De woning heeft vier slaapkamers, een gemeenschappelijke keuken, woonkamer, badkamer en toilet. [appellanten] hebben de woning met ingang van 1 november 2018 verhuurd aan [appellante] voor de duur van 5 jaar. [appellante] verhuurt de woning aan medewerkers van [bedrijf A]. Bestuurder van zowel [appellante] als [bedrijf A] is [bedrijf B]. Ook voor 1 november 2018 werd de woning door [appellanten] al verhuurd. Aan [appellanten] is op 17 juli 2014 een omzettingsvergunning verleend voor de woning, op grond waarvan het hen was toegestaan de woning kamergewijs te verhuren aan maximaal vier personen.
De uitspraak op rechtspraak.nl