ABRvS 10 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2805

Bij uitspraak van 9 november 2022 heeft de rechtbank een verzoek van [appellant] om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen tot schadevergoeding afgewezen. In hoger beroep is in geschil of het verzoek om schadevergoeding terecht is afgewezen. Op 17 juli 2016 heeft [appellant] een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij besluit van 23 november 2016 heeft de staatssecretaris de aanvraag afgewezen. Bij uitspraak van 15 december 2016 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 17 januari 2017 heeft de Afdeling het door [appellant] daartegen ingestelde hoger beroep kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Aan het verzoek om schadevergoeding is ten grondslag gelegd dat [appellant] als gevolg van het volgens[appellant] onrechtmatige besluit van 23 november 2016 materiële en immateriële schade heeft geleden. [appellant] heeft na dat besluit psychische (depressieve) klachten ontwikkeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken