ABRvS 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2720
Bij besluit van 7 augustus 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant zijn beslissing om op 3 augustus 2020 spoedeisende bestuursdwang toe te passen vanwege het uitvoeren van werkzaamheden in strijd met de Ontgrondingenwet en de Wet natuurbescherming op schrift gesteld. Bij dit besluit heeft het college ook een last onder dwangsom opgelegd. Deze zaak gaat over de realisatie van een recreatiepark met 100 recreatiewoningen in Someren. Hierbij zijn drie bv’s betrokken: AH Investment, RVB Infra en Heihorsten. AH Investment was de eigenaar van de gronden, RVB Infra de uitvoerder en de toeleverancier voor infrastructurele projecten en Heihorsten initiatiefnemer en ontwikkelaar van het project, verkoper van de te bouwen woningen en vervolgens exploitant van het recreatiepark. [appellant sub 4] is bij alle drie de bv’s betrokken als bestuurder. Tijdens een controle op 3 augustus 2020, naar aanleiding van een melding van graafwerkzaamheden, heeft een toezichthouder op locatie in Someren vastgesteld dat er werkzaamheden plaatsvonden waarvoor vergunningen op grond van de Ontgrondingenwet en de Wnb nodig waren die niet waren verleend.
De uitspraak op rechtspraak.nl