ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1288
Bij afzonderlijke besluiten van 30 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch het bezwaar van [appellante] tegen een e-mail van 8 februari 2018 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een dwangsom te betalen wegens niet tijdig beslissen afgewezen. Op 31 maart 2004 heeft het college de bijstand van [appellante] en haar ex-partner over de periode van 1 juli 1997 tot en met 31 maart 2004 ingetrokken en de gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van € 59.412,85 van hen teruggevorderd. De reden daarvoor is dat [appellante] en haar ex-partner de inlichtingenplicht hebben geschonden door niet te melden dat zij in het bezit zijn van een bankrekening in Luxemburg met een aanzienlijk saldo. [appellante] heeft na het besluit van 31 maart 2004 nog twee keer bijstand aangevraagd. Die aanvragen zijn buiten behandeling gelaten wegens het niet verstrekken van informatie over de bankrekening in Luxemburg.
De uitspraak op rechtspraak.nl