ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1278

Op 8 september 2020 heeft [appellant] een verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet hergebruik van overheidsinformatie ingediend bij de minister van Justitie en Veiligheid. Bij brief van 25 november 2020 heeft [appellant] de minister van Justitie en Veiligheid in gebreke gesteld vanwege het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek. Op 29 januari 2021 heeft [appellant] beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek. In de uitspraak van 6 oktober 2021 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat de minister niet in gebreke was te beslissen en de rechtbank geen gronden tegen het alsnog genomen besluit had ontvangen. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien verletkosten te vergoeden. [appellant] heeft daartegen verzet gedaan. In de uitspraak van 23 februari 2022 heeft de rechtbank dit verzet niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de rechtbank maakt [appellant] bij het doen van verzet misbruik van recht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken