ABRvS 27 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4786
Bij besluit van 10 maart 2020 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap De Dommel bestuur besloten over te gaan tot invordering van een (derde) verbeurde dwangsom van € 3.600,00. Bij besluit van 14 december 2017 heeft het dagelijks bestuur aan de maatschap [appellant sub 1] en [appellant sub 1] een last onder dwangsom opgelegd wegens het overtreden van artikel 6.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Waterwet. Volgens het dagelijks bestuur is deze bepaling overtreden doordat verontreinigd afvalwater vanaf het terrein van de vleesstierenhouderij aan de [locatie] via een geul afvloeit in een kavelsloot en vervolgens in de watergang de Kleine Beerze. De last houdt in dat [appellant sub 1] er voor moet zorgen dat het erf van het perceel dagelijks veegschoon is, dat gemorste voeder-/mestresten worden opvangen of tijdig worden opgeruimd en dat er geen afstroming plaatsvindt van vervuild hemelwater en/of afvalwater naar de kavelsloot.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1092
- ABRvS 10 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:271
- ABRvS 6 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1183
- ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:309
- ABRvS 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1142
- ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3533
- ABRvS 11 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:408
- ABRvS 26 mei 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM5629