ABRvS 13 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4641
Bij besluit van 20 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen.[appellant] is geboren in Syrië op [datum] 1998 en is staatloos. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat ernstige vermoedens bestaan dat [appellant] een gevaar vormt voor de openbare orde. De reden hiervoor is dat de meervoudige strafkamer [appellant] bij onherroepelijk geworden vonnis van 8 juni 2018 wegens openlijke geweldpleging heeft veroordeeld tot veertig uur taakstraf subsidiair twintig dagen hechtenis. Hij heeft de taakstraf voltooid in de periode van 23 juni 2018 tot en met 21 september 2018. Ook heeft de politierechter [appellant] bij onherroepelijk geworden vonnis van 4 januari 2019 wegens vernieling veroordeeld tot twintig uur taakstraf subsidiair tien dagen hechtenis met een proeftijd van twee jaren. Volgens de staatssecretaris bestaan er geen bijzondere omstandigheden die reden geven om af te wijken van het openbare-ordebeleid in de Handleiding RWN.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 25 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3942
- ABRvS 30 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3296
- ABRvS 17 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1944
- ABRvS 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918
- Rb. Den Haag 10 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5678
- ABRvS 11 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1357
- ABRvS 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1870
- ABRvS 22 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2785
- ABRvS 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3058