ABRvS 13 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4629
Bij besluit van 19 augustus 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellante] ingetrokken. [appellante] heeft bij Koninklijk Besluit van 3 april 2014 de Nederlandse nationaliteit verkregen, onder de voorwaarde dat zij afstand doet van haar Azerbeidzjaanse nationaliteit. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van [appellante] op 19 augustus 2019 ingetrokken krachtens artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat zij niet al het mogelijke heeft gedaan om de Azerbeidzjaanse nationaliteit te verliezen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de RWN. [appellante] betoogt dat de uitspraak van de rechtbank in strijd is met artikel 6 van het EVRM, omdat de rechtbank in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor heeft gehandeld. [appellante] voert aan dat zij de rechtbank heeft laten weten dat zij niet op de zitting zou verschijnen. Volgens [appellante] heeft de staatssecretaris tijdens de zitting nieuwe standpunten ingenomen. Ook heeft hij volgens [appellante] beroepsgronden bestreden waarin hij eerder had berust. De rechtbank had haar na de zitting de gelegenheid moeten geven om daarop te reageren, aldus [appellante].
De uitspraak op rechtspraak.nl