ABRvS 17 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2564

Bij besluit van 16 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. [appellant] is geboren op [geboortedatum] 1977 en heeft bij Koninklijk Besluit van 3 december 2014 de Nederlandse nationaliteit verkregen, onder de voorwaarde dat hij afstand van zijn Soedanese nationaliteit doet. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat hij niet al het mogelijke heeft gedaan om de Soedanese nationaliteit te verliezen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de RWN. Verder heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat van hem niet langer mag worden verlangd dat hij afstand zal doen van zijn Soedanese nationaliteit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken