ABRvS 6 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4515

Bij brief van 24 november 2020 heeft de deken van de Orde van Advocaten Rotterdam een door [appellant] onder verwijzing naar de toenmalige Wet openbaarheid van bestuur ingediend verzoek afgewezen. Bij brief van 24 november 2020 heeft de deken het Wob-verzoek van [appellant] afgewezen. De deken heeft hierin aangegeven dat het verzoek [appellant] en de reactie van 13 oktober 2020 onduidelijk zijn, omdat de deken daaruit niet kan afleiden op welke documenten het Wob-verzoek betrekking heeft. De Deken heeft het Wob-verzoek zo opgevat, dat [appellant] zich afvraagt waaruit de bevoegdheid van de deken blijkt tot het niet beproeven van een minnelijke oplossing. De deken heeft aangegeven dat dit volgt uit de (vaste) jurisprudentie van de tuchtrechter. Daarin wordt steeds onderkend en bevestigd dat de deken in zijn hoedanigheid een ruime mate van beleidsvrijheid heeft bij de behandeling van een klacht, aldus de deken. De deken heeft verder aangegeven dat de jurisprudentie daarover openbaar is en voor [appellant] toegankelijk en vrij om in te zien. De deken heeft daarom geoordeeld dat de gevraagde gegevens niet vallen onder de werking van de Wob en het Wob-verzoek afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken