ABRvS 29 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4419
Bij besluit van 2 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Sierra Leone en geboren te zijn op [geboortedatum] 1975. Hij is sinds 1998 in Nederland. De staatssecretaris heeft hem per 1 juni 2001 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, geldig tot 1 juni 2004. Bij besluit van 27 november 2006 heeft de staatssecretaris de aanvraag van [appellant] voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen. [appellant] is met ingang van 15 juni 2007 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning in het kader van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude vreemdelingenwet. [appellant] heeft op 19 februari 2020 het verzoek ingediend. Op dat moment beschikte hij over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet tijdelijke humanitaire gronden’, geldig tot 15 juni 2023. Ter onderbouwing van zijn identiteit en nationaliteit heeft hij een geboorteakte overgelegd die is afgegeven in 2017 en gelegaliseerd op 21 juli 2019. Daarnaast heeft hij een Sierra Leoons biometrisch paspoort overgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl