ABRvS 22 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4334

Bij besluit van 6 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft op 17 juni 2020 een urgentieverklaring aangevraagd. Hij heeft daarbij als redenen opgegeven dat zijn ouders, bij wie hij met zijn partner en dochtertje inwoont, medische problemen hebben en dat zij willen dat hij en zijn gezin een andere woning zoeken. [appellant] stelt dat zij hierdoor dakloos dreigen te worden en dat zij geen financiële middelen hebben voor een woning buiten de sociale huursector. Volgens het college heeft [appellant] geen urgent huisvestingsprobleem omdat hij met zijn partner en minderjarig kind bij zijn ouders inwoont. Ook had hij zijn huisvestingsprobleem kunnen voorkomen omdat hij een gezin heeft gesticht zonder over een passende woonruimte te beschikken. [appellant] voert aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem. De woning van zijn ouders is met 98 m² volgens [appellant] te klein voor bewoning door zes personen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken