ABRvS 11 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:93

Bij besluit van 28 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft op 3 september 2020 een urgentieverklaring aangevraagd. Zij heeft daarbij als redenen opgegeven dat zij samen met haar dochter van zes jaar oud woonde in een voor hen te kleine studio van 20 m2, een hoge huur van € 750,00 per maand betaalde en dreigde dakloos te raken. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat er volgens het college geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem als bedoeld in artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 en het huisvestingsprobleem op een andere manier kon worden opgelost. [appellante] betoogt verder dat de weigeringsgrond van artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder b, van de Hv te vaag is en kan leiden tot willekeur.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken