ABRvS 12 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2680
Op 14 september 2021 heeft [appellant] verzocht om herziening van de uitspraak van rechtbank Noord-Nederland van 28 februari 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:988. [appellant] heeft sinds 2018 klachten en verzoeken ingediend bij zowel de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid als de minister over verschillende conflicten met zijn toenmalige werkgever. Op 9 april 2019 heeft [appellant] de minister verzocht om vaststelling van zijn loon overeenkomstig de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en de vaststelling dat in zijn geval sprake was van meer dienstverbanden. [appellant] stelt dat zijn werkgever niet de afspraken omtrent zijn bonussen is nagekomen. Volgens hem is daarmee sprake van onderbetaling en is de minister verplicht om daarop te handhaven. De rechtbank Noord-Nederland heeft in de uitspraak van 28 februari 2020 geoordeeld dat de minister niet bevoegd is om het loon van een werknemer vast te stellen en ook niet bevoegd is om te oordelen dat sprake is van één of meer dienstverbanden van een bepaalde werknemer. Ook is volgens de rechtbank in die uitspraak niet gebleken dat voor die bevoegdheid een wettelijke grondslag bestaat.
De uitspraak op rechtspraak.nl