Rb. Noord-Nederland 14 januari 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:210
Handhavingsbevoegdheid Inspectie SZW. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoeker geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb naar voren gebracht op grond waarvan de uitspraak van deze rechtbank van 28 februari 2020 zou moeten worden herzien. Wat verzoeker aanvoert over de handhavingsbevoegdheid van de Inspectie SZW en de verwijzing naar artikel 18b, tweede en derde lid, van de Wml, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om te concluderen dat aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb is voldaan. BNT. Het op 1 december 2021 ingediende beroepschrift is ingediend op een moment dat de termijn van artikel 6:12, tweede lid, onder b, van de Awb nog niet was verstreken. Daarom is het beroep te vroeg is ingesteld en niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen en dat het beroep niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is. Afwijzing verzoek schadevergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl