ABRvS 5 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2590
Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Snijders over de prejudiciële vragen zoals op grond van de Tijdelijke wet Groningen door de Rechtbank Noord-Nederland gesteld bij tussenuitspraak van 28 april 2023, in zaak nr. 22/2463T, in het geding tussen [eiser] tegen het Instituut Mijnbouwschade Groningen. De vragen aan de Afdeling bestuursrechtspraak zijn gesteld over de toepassing van de wet door het Instituut Mijnbouwschade Groningen. Het is de enige bepaling op grond waarvan de mogelijkheid bestaat om prejudiciële vragen te stellen aan de Afdeling. Het is de eerste keer dat van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt. Ná de verkoop, maar vóór de levering van de woning heeft de verkoper bij het IMG een vergoeding gevraagd voor schade aan de woning. Het IMG heeft de vergoeding ná de levering eerst toegekend, maar is daar later op teruggekomen. De aanvraag is alsnog afgewezen en het uitgekeerde bedrag is teruggevorderd. Zowel de verkoper als de kopers van de woning menen recht te hebben op de vergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 392 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 393 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 79 RO
- Artikel 81 RO
- Artikel 553 Sv
- Artikel 27gc AWR
- Artikel 6:34 BW6
- Artikel 6:37 BW6
- Artikel 6:248 BW6
- Artikel 6:251 BW6
- Artikel 7:902 BW7
- Artikel 3:7 BW3
- Artikel 3:33 BW3
- Artikel 3:35 BW3
- Artikel 3:40 BW3
- Artikel 3:82 BW3
- Artikel 3:83 BW3
- Artikel 3:84 BW3
- Artikel 3:94 BW3
- Artikel 3:246 BW3
Aangehaalde uitspraken
- HR 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:913
- Rb. Noord-Nederland 28 april 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:1736
- ABRvS 19 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1536
- HR 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1344
- Rb. Noord-Nederland 5 september 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:3324
- Rb. Noord-Nederland 21 juni 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:3242
- HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:861
- Rb. Noord-Nederland 14 januari 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:56
- HR 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:590
- HR 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1841
- HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278
- HR 16 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2112
- Rb. Den Haag 30 mei 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:6517
- ABRvS 25 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:138
- HR 21 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3958
- HR 23 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU2414
- HR 4 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6194
- HR 16 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4602