ABRvS 10 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1845
Bij besluit van 10 januari 2020 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [wederpartij] voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. Op 24 november 2012 heeft een politieagent de zoon van [wederpartij] op station Hollands Spoor in Den Haag neergeschoten. De zoon van [wederpartij] is hierdoor overleden. Op 3 januari 2020 heeft [wederpartij] een uitkering uit het schadefonds aangevraagd. De CSG heeft de aanvraag van [wederpartij] bij het besluit van 10 januari 2020 afgewezen, omdat de CSG dat wat haar zoon is overkomen niet aanmerkt als een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf als bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. De CSG heeft daarbij verwezen naar het vonnis van de rechtbank Den Haag van 23 december 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:18257. Uit dat vonnis volgt dat het bewezen verklaarde feit, namelijk een zware mishandeling met de dood tot gevolg, niet strafbaar is omdat de politieagent handelde ter uitvoering van een wettelijk voorschrift. Omdat er geen strafbaar feit is, is er geen uitkering uit het schadefonds mogelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl