Rb. Den Haag 1 juni 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:5500
Uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven aan nabestaande. Politieagent heeft zoon op station Hollands Spoor neergeschoten. Artikel 3 Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg): Opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf? Oordeel strafrechter dat de verdachte zich op een rechtvaardigingsgrond heeft beroepen en dat daarom geen sprake was van een strafbaar feit. Afwijking van dit oordeel in deze bestuursrechtelijke procedure zou neerkomen op een verkapt hoger beroep tegen het vonnis van de strafrechter. Dat kan niet. Geen sprake van een misdrijf en dus ook niet van een geweldsmisdrijf. Artikel 8 Wsg: Hardheidsclausule. Volgens verweerster moet voor toepassing van deze clausule zijn voldaan aan de eis dat sprake is van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Deze uitleg is te beperkt en dus onjuist. De rechtbank verwijst naar de wetsgeschiedenis bij de hardheidsclausule. Verder staat vast dat eiseres geen schadevergoeding heeft ontvangen. Slechts een deel van de uitvaartkosten zijn vergoed. Een vordering als benadeelde partij zou in het strafproces tot niets hebben geleid gelet op het oordeel van de strafrechter ('geen strafbaar feit'). Om dezelfde reden heeft een civiele procedure ook geen zin. Het Schadefonds is er bij uitstek voor een geval als dit. De rechtbank vindt hiervoor steun in de wetsgeschiedenis. Geslaagd beroep op de hardheidsclausule. De rechtbank doet de zaak zelf af en bepaalt dat eiseres in aanmerking komt voor een uitkering uit het Schadefonds van 7.898,30 euro. Verweerster moet dit bedrag aan eiseres uitkeren.
De uitspraak op rechtspraak.nl