ABRvS 19 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1522
Bij brief van 6 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere aan [appellant A] en [appellant B] medegedeeld dat het een adresonderzoek heeft uitgevoerd en [partij] per 30 oktober 2019 van het opgegeven adres heeft uitgeschreven. [partij] heeft gewoond op het adres [locatie] te Almere. [appellant A] en [appellant B] wonen ook op dat adres en verhuurden daar een kamer aan [partij]. In een brief van 17 augustus 2019 hebben [appellant A] en [appellant B] het college verzocht om een adresonderzoek naar [partij] en om hem in de basisregistratie personen (hierna: brp) van hun adres uit te schrijven. [partij] woonde niet meer op hun adres, maar stond met dat adres nog wel in de brp ingeschreven. Naar aanleiding hiervan is het college een adresonderzoek gestart. Het college heeft [partij] in een e-mail van 18 oktober 2019 laten weten dat hij verplicht is om aangifte van verhuizing te doen dan wel te bewijzen dat hij nog woonachtig is op het adres waarmee hij in de brp staat ingeschreven.
De uitspraak op rechtspraak.nl