Rb. Noord-Holland 24 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13252
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de fictieve weigering van het college om een besluit te nemen op zijn verzoek om in de basisregistratie personen (brp) de vermeende inschrijving van zijn ex-partner op zijn adres ongedaan te maken. Of anderen dan de ingezetene of de betrokkene om wiens gegevens in de brp het gaat, kunnen worden aangemerkt als belanghebbende is van de omstandigheden afhankelijk. Indien niet blijkt dat die anderen een rechtstreeks belang hebben als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb, bijvoorbeeld omdat zij daar enkel mogelijke hinder van ondervinden, zijn zij niet als belanghebbende aan te merken. Geen aanvraag in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl