ABRvS 15 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1046
Bij besluit van 24 april 2018 heeft de burgemeester van Amsterdam beslist op een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van documenten die betrekking hebben op het volgende: ‘[persoon A] (hierbij valt te denken aan correspondentie met werkgevers en stadsdelen over zijn inzet, notulen van vergaderingen van OVV waarbij hij aanwezig was of waar over hem of zijn werk is gesproken. Alle documenten over de inzet van zowel bureau Praktica, van [persoon B], en documenten over het werk van [persoon B] in het kader van het werk van OVV. Hierbij gaat het ook om de documenten die betrekking hebben op de casusbegeleiding die hij heeft gedaan. Dezelfde documenten vragen wij over de inzet van [persoon C]. Alle documenten die ter beschikking zijn gesteld aan de taskforce en de begeleidingscommissie van de onderzoeken naar het werk van de afdeling radicalisering van de gemeente Amsterdam. Alle door derden aan de gemeente gemelde waarschuwingen over dat er dingen mis gingen bij de afdeling radicalisering.'
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:616
- ABRvS 29 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2832
- ABRvS 25 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2883
- ABRvS 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:248
- EHRM 8 november 2016, ECLI:CE:ECHR:2016:1108JUD001803011
- ABRvS 15 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2217
- ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6779
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1982:335
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:799