ABRvS 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:878
Bij besluit van 2 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] is geboren op [geboortedatum] 1964 en heeft de Iraakse nationaliteit. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde. De reden hiervoor is dat de politierechter bij vonnis van 28 februari 2018 en het gerechtshof bij arrest van 20 februari 2020, [appellant] hebben veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf waarvan drie maanden voorwaardelijk wegens belaging. Dit arrest is niet onherroepelijk. Op 10 maart 2020 is [appellant] in cassatie gegaan en ten tijde van het besluit van 23 september 2020 en de uitspraak van de rechtbank had de Hoge Raad hierop nog niet beslist. Volgens de staatssecretaris doen zich geen bijzondere omstandigheden voor die maken dat het Nederlanderschap moet worden verleend.
De uitspraak op rechtspraak.nl