ABRvS 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:860
Bij vier afzonderlijke besluiten van 8 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag voor een overtreding op 22 januari 2019 in een pand op het adres [locatie 1] te Den Haag aan: - [appellante A] een boete van € 10.250,00 opgelegd; - [appellante A] een last onder dwangsom van € 5.000,00 opgelegd; - [appellante B] een boete van € 10.250,00 opgelegd; - [appellante B] een last onder dwangsom van € 5.000,00 opgelegd. Op 22 januari 2019 zijn in de woning op het adres [locatie 1] twee prostituees aangetroffen. Zij hebben verklaard de woning via internet voor enkele dagen te hebben gehuurd. De woning is eigendom van [appellante B]. De verhuur is verzorgd door [appellante A]. Het college heeft aan zowel [appellante A] als [appellante B] een boete van € 10.250,00 opgelegd wegens het zonder vergunning aan de bestemming tot bewoning onttrekken van de woning. Dit is een overtreding van artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet.
De uitspraak op rechtspraak.nl