ABRvS 8 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1598
Bij besluit van 18 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 20.500,00. Naar aanleiding van verschillende ‘meldingen woonfraude’ heeft het college een onderzoek ingesteld naar het feitelijk gebruik van de woning op het adres [locatie]. Uit administratief onderzoek bleek dat [appellante] sinds 28 oktober 2014 eigenaar van de woning was. Twee personen stonden in de basisregistratie personen als bewoner van de woning geregistreerd. De woning heeft de bestemming ‘wonen’. Toezichthouders van de Afdeling Wonen van de gemeente hebben op 31 oktober 2017 een bezoek gebracht aan de woning. Tijdens het bezoek hebben zij drie vrouwen met de Roemeense nationaliteit aangetroffen. De vrouwen hebben alle drie verklaard een huurcontract te hebben met [bedrijf], € 350,00 huur per maand te betalen, werkzaam te zijn voor ‘Werk en ik’ en de woning te moeten verlaten wanneer zij stoppen met dit werk.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1121
- Rb. Amsterdam 3 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4660
- ABRvS 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1336
- ABRvS 4 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2641
- ABRvS 13 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2473
- ABRvS 30 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2853
- EHRM 2 juli 2002, ECLI:CE:ECHR:2002:0702JUD003340296
- EHRM 23 september 1998, ECLI:CE:ECHR:1998:0923JUD002781295