ABRvS 2 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:634

Bij besluit van 24 december 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand vastgesteld dat [appellant] met terugwerkende kracht geen recht heeft op vergoeding van de kosten van de hem toegewezen advocaat en bepaald dat [appellant] de eerder door de raad betaalde kosten moet terugbetalen. Bij besluit van 7 mei 2019 heeft de raad op last van de rechtbank of een andere instantie aan [appellant] een advocaat, mr. E.M. van den Oudenaller, toegewezen voor een strafrechtelijke procedure. Bij dit besluit heeft de raad verder ambtshalve een toevoeging aan [appellant] verleend. Daarbij heeft hij het inkomen en het vermogen van [appellant] niet getoetst. Op 4 november 2019 heeft de advocaat een aanvraag ingediend voor vergoeding van de door haar voor de strafzaak verrichte werkzaamheden. Bij besluit van 4 november 2019 heeft de raad aan de advocaat een vergoeding toegekend van € 1.056,62.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen