ABRvS 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:564
Bij besluit van 27 februari 2019 heeft de korpschef van politie de door hem verleende toestemming om [appellant] werkzaamheden te laten verrichten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, ingetrokken. De korpschef heeft op 9 mei 2018 aan New Generation Security toestemming verleend om [appellant] werkzaamheden te laten verrichten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wpbr. Uit op ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal volgt dat [appellant] op 23 juli 2018 is aangehouden voor eenvoudige mishandeling, bedreiging en vernieling. [appellant] is op die dag in conflict geraakt met een buurman. Tijdens dit conflict is de ruit van de voordeur van de buurman gebroken. Op 29 oktober 2018 heeft het Openbaar Ministerie besloten tot het instellen van strafvervolging tegen [appellant] wegens overtreding van artikel 300, eerste lid, artikel 350, eerste lid, en artikel 258, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en hem daartoe gedagvaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285
- ABRvS 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1468
- ABRvS 23 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3107
- ABRvS 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:355
- ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:486
- ABRvS 13 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1523
- ABRvS 18 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:865
- ABRvS 14 november 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB7837