ABRvS 23 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3107
Bij besluit van 18 februari 2019 heeft de korpschef de verleende toestemming om [appellant] tewerk te stellen als medewerker als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus ingetrokken. Op 5 februari 2018 heeft de korpschef aan een beveiligingsorganisatie toestemming verleend om [appellant] tewerk te stellen als medewerker als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wpbr. [appellant] heeft vervolgens voor deze organisatie werkzaamheden als beveiliger verricht. Op 16 december 2018 is [appellant] bij een verkeersruzie betrokken geweest. Daarbij heeft [appellant] er volgens de korpschef blijk van gegeven rechtsregels naast zich neer te leggen waarvan de overtreding kan worden beschouwd als een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde, hetgeen hem onvoldoende betrouwbaar maakt om voor een beveiligingsorganisatie of een recherchebureau werkzaamheden te verrichten.
De uitspraak op rechtspraak.nl