ABRvS 12 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:56
Bij besluit van 10 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde besloten over te gaan tot invordering van de door [appellant sub 1] verbeurde dwangsom ter hoogte van € 25.000,00. [appellant sub 1] is eigenaar van een recreatiewoning op het vakantiepark Buitenplaats Horsterwold, aan de [locatie] in Zeewolde. [appellant sub 1] verhuurde de recreatiewoning via Madiba Verhuur B.V.. Op 3 april 2017 heeft het college [appellant sub 1] onder dreiging van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00 gelast om voor 1 september 2017 het niet-recreatieve gebruik van de recreatiewoning te beëindigen en beëindigd te houden. Het college heeft het door [appellant sub 1] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en de last in stand gelaten. [appellant sub 1] heeft hiertegen geen rechtsmiddelen aangewend, zodat de in bezwaar gehandhaafde last in rechte vaststaat.
De uitspraak op rechtspraak.nl