ABRvS 16 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:511
Bij besluit van 23 juni 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht aan [appellante] verleende vergunningen ingetrokken en geweigerd om omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen van haar inrichting aan de [locatie] en de bouw van een hal. [appellante] is van oorsprong een zeevisgroothandel gevestigd aan de [locatie]. Andere activiteiten van [appellante] zijn afvalverwerking en de productie van groen gas. Op onderscheidenlijk 5 juli 2018 en 10 juli 2018 heeft [appellante] vergunning gevraagd voor het bouwen van een hal en het veranderen van de inrichting door de uitbreiding van een aantal activiteiten. Aan het besluit heeft het college, mede op basis van het advies van het Landelijk Bureau Bibob van 14 augustus 2019, ten grondslag gelegd dat ernstig gevaar bestaat dat de vergunningen mede gebruikt zullen worden om strafbare feiten te plegen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 6 juli 2021, ECLI:NL:CBB:2021:705
- Hof 's-Hertogenbosch 12 april 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2176
- ABRvS 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2188
- ABRvS 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1151
- ABRvS 15 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2226
- ABRvS 20 juli 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR2279
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 8 juni 1976, ECLI:NL:XX:1976:AC0386