ABRvS 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:418

Bij besluit van 30 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast het innemen van een ligplaats nabij het perceel [locatie] te Boornzwaag te staken en gestaakt te houden. [appellant] is mede-eigenaar van het perceel [locatie]. Op 6 april 2018 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat [appellant] daar een boot had aangemeerd. Staatsbosbeheer heeft deze constatering ook gedaan en het college op 10 april 2018 verzocht daartegen handhavend op te treden. Bij brief van 24 april 2018 heeft het college [appellant] laten weten voornemens te zijn handhavend te gaan optreden. In zijn besluit van 30 oktober 2018 heeft het college dat gedaan. [appellant] is het niet eens met het handhavend optreden. Volgens hem is het college niet bevoegd om handhavend op treden of, als het wel bevoegd is, had het van handhavend optreden moeten afzien.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken