ABRvS 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:412

Bij besluit van 12 februari 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om een toevoeging voor het verlenen van rechtsbijstand aan [appellant] afgewezen. [appellant] heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede verzocht om een schuld kwijt te schelden. Het college heeft dit verzoek afgewezen en dit besluit in bezwaar gehandhaafd. De rechtbank heeft het door [appellant] daartegen ingestelde beroep bij uitspraak van 18 december 2019 ongegrond verklaard. Voor het verlenen van rechtsbijstand aan [appellant] in de hoger beroepsprocedure bij de Centrale Raad van Beroep tegen die uitspraak heeft Blasweiler een toevoeging aangevraagd. De raad heeft de aanvraag om een toevoeging afgewezen, omdat [appellant] volgens de raad geen advocaat nodig heeft. De raad heeft daarbij verwezen naar artikel 12, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wet op de rechtsbijstand en artikel 7 van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria over het niet verlenen van een toevoeging voor rechtsbijstand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen