ABRvS 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3744

Bij besluit van 11 maart 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de eerder door hem vastgestelde vergoeding voor door [wederpartij] aan [partij] verleende rechtsbijstand ingetrokken. [partij] heeft voor een openstaande schuld een betalingsregeling getroffen met het college van burgemeester en wethouders van Groningen. Bij besluit van 5 september 2012 heeft het college aan [partij] bericht dat het aflossingsbedrag is berekend op € 163,39 per maand. Bij besluit van 2 oktober 2013 heeft het college de hoogte van het aflossingsbedrag van de betalingsregeling met ingang van oktober 2013 gewijzigd vastgesteld op € 375,58 per maand. [partij] heeft bezwaar gemaakt tegen deze wijziging. Het college heeft dit bezwaar bij besluit van 17 maart 2014 ongegrond verklaard. [partij] heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [partij] werd bij het voeren van deze procedures bijgestaan door [wederpartij].

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken