ABRvS 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3900

Bij besluit van 19 januari 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe het inrichtingsplan "Veenhuizen" vastgesteld. Het inrichtingsplan als bedoeld in de Wet inrichting landelijk gebied regelt de inrichting van het landelijk gebied in en rondom Veenhuizen. Het inrichtingsplan is opgesteld vanwege de zeer complexe en niet optimale eigendomssituatie van het onbebouwde deel van Veenhuizen. Dit staat nieuwe ontwikkelingen in de weg. Met het inrichtingsplan wordt beoogd om deze problematiek op te lossen. Naast de opgave om de eigendomssituatie te verbeteren staat de wens van de gemeente om enkele landschapselementen te realiseren. [appellant] woont op het perceel [locatie 1] te Veenhuizen. Hij kan zich niet verenigen met een in het inrichtingsplan geplande bossingel van 15 meter breed tussen en parallel aan de [locatie 2] en de ds. Germsweg. Hij vreest dat zijn perceel aan de [locatie 2] daardoor landschappelijk en visueel wordt afgescheiden van Veenhuizen, terwijl de [locatie 2] en omgeving juist bij de kolonie horen. Verder tast een bossingel volgens [appellant] het halfopen landschap aan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen