ABRvS 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3731

Bij besluit van 30 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd. Het college heeft [wederpartij] gelast om geen inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben op een openbare plaats in de gemeente Eindhoven onder oplegging van een dwangsom van € 2.500,00 per geconstateerde overtreding met een maximum van € 10.000,00. Hieraan heeft het college een op ambtseed opgemaakte bestuurlijke rapportage van de politie van 16 oktober 2020 ten grondslag gelegd. De rechtbank heeft overwogen dat het college kon aannemen dat bij [wederpartij] inbrekerswerktuigen zijn aangetroffen. [wederpartij] is alleen niet op een openbare plaats, als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening Eindhoven aangetroffen met inbrekerswerktuigen, maar op een voor het publiek afgesloten terrein. De bevindingen bieden onvoldoende feitelijke grondslag voor de stelling van het college dat [wederpartij] met die werktuigen eerder op een openbare plaats is geweest.

De uitspraak op rechtspraak.nl