Rb. Den Haag 16 juni 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:15774

Verweerder heeft de Dublin overdrachtstermijn verlengd en dit gebaseerd op een MOB-registratie. De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in drie zaken van eiser, namelijk dit beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn, een beroep tegen de MOB-melding (AWB 21/2885) en een beroep tegen de bewaringsmaatregel (NL21.5759). In deze uitspraak oordeelt de rechtbank ten eerste dat het beroep ontvankelijk is. Eiser kan namelijk een rechtsmiddel instellen tegen het verlengen van de overdrachtstermijn, ook nu de rechtmatigheid van de overdracht reeds in een eerdere procedure is vastgesteld, gelet op het arrest Shiri van het Hof van Justitie. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat verweerder de overdrachtstermijn niet heeft kunnen verlengen, omdat verweerder ten onrechte heeft aangenomen dat eiser was ondergedoken in de zin van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening. Hoewel eiser de overdracht doelbewust heeft gefrustreerd, is dit niet voldoende om te kunnen spreken van onderduiken, nu niet is gebleken dat eiser zich doelbewust buiten het bereik van de nationale autoriteiten heeft gehouden die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de overdracht. Eiser is namelijk niet buiten het bereik van de autoriteiten geweest. Hij is door de politie gedwongen het AZC te verlaten en net buiten het AZC weer in de kraag gevat. Ook is niet gebleken dat hij niet heeft voldaan aan de meldplicht. Als gevolg hiervan rust de verplichting om de asielaanvraag te behandelen op Nederland.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken