ABRvS 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3501
Bij besluit van 29 juli 2020 heeft het College van procureurs-generaal een reactie gegeven op twee verzoeken om informatie van [appellant]. [appellant] heeft het openbaar ministerie van Midden-Nederland op 11 mei 2020 een e-mail gestuurd. In die e-mail heeft hij het volgende geschreven. "Zal ik alle onderliggende schriftelijke stukken willen ontvangen rond mij als persoon [appellant] te [woonplaats]. Het zijn e-mail en alles wat er onder valt. Een feit is wel dat er bij het openbaar ministerie veel over mij bekent is en ook zeker dat het openbaar ministerie het beleid bepaald rond mij als persoon [appellant]. […]. Het is een feit dat het openbaar ministerie al veel langer een beleid tegen mij heeft. […]." Bij e-mail van 21 mei 2020 heeft [appellant] dit verzoek om informatie herhaald. Hij heeft het verzoek daarnaast uitgebreid in die zin dat hij ook de onderliggende stukken wenst te ontvangen uit de dossiers die op een lijst ‘Dossiers WJSG’ staan die hij van de politie heeft ontvangen.
De uitspraak op rechtspraak.nl