ABRvS 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3399
Bij brief van 10 juli 2020 heeft de raad van de orde van advocaten in het arrondissement Amsterdam aan [wederpartij] medegedeeld dat niet zal worden gereageerd op zijn verzoek om afgifte van de stageverklaring. [wederpartij] liep tot en met 17 februari 2020 stage ten behoeve van de beroepsopleiding voor de advocatuur. Deze stage is geëindigd zonder stageverklaring. Met ingang van 3 juni 2020 is [wederpartij] geschrapt van het tableau. [wederpartij] is van mening dat hij zijn stage met gunstig gevolg heeft voltooid en heeft op 28 juni 2020 de raad van Amsterdam verzocht om een stageverklaring af te geven. De deken van de raad van Amsterdam heeft per brief geantwoord dat dezelfde kwestie aanhangig is bij de rechtbank en dat daarom niet op het verzoek zal worden gereageerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl