ABRvS 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3394
Bij besluit van 10 januari 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen [wederpartij] uitstel van betaling verleend en een betalingsregeling vastgesteld, inhoudende dat zij gedurende 24 maanden € 606,00 per maand terugbetaalt. [wederpartij] heeft verzocht om uitstel van betaling en een persoonlijke betalingsregeling in verband met teruggevorderde huurtoeslag over 2016, 2017 en 2018, teruggevorderde kinderopvangtoeslag over 2017, 2018 en 2019, teruggevorderde zorgtoeslag over 2017 en 2018 en teruggevorderd kindgebonden budget over 2017 en 2018. Aanleiding voor deze terugvorderingen was het feit dat bij de toekenning van de toeslagen geen rekening was gehouden met het inkomen van de partner van [wederpartij]. Het totale bedrag van de terugvordering waarvoor [wederpartij] om een persoonlijke betalingsregeling heeft verzocht bedraagt € 14.534,00. De dienst heeft naar aanleiding van dit verzoek bij het besluit van 10 januari 2020 uitstel van betaling verleend en een standaard betalingsregeling vastgesteld, inhoudende 24 gelijke maandelijkse termijnen van € 606,00.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 475d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 13 AWR
- Artikel 2 LB
- Artikel 13 Uitv.reg.IW
- Artikel 15 Uitv.reg.IW
- Artikel 1 WHT
- Artikel 5 WHT
- Artikel 13 WHT
- Artikel 17 WHT
- Artikel 3 Participatiewet
- Artikel 21 Participatiewet
- Artikel 22a Participatiewet
- Artikel 31 Participatiewet
- Artikel 36 Participatiewet
- Artikel 1 Zorgverzekeringswet
- Artikel 41 Zorgverzekeringswet
- Artikel 1 Wzt
- Artikel 2 Wzt
- Artikel 2 Awir
- Artikel 3 Awir