ABRvS 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1753
Bij besluit van 4 april 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen [appellant] ten behoeve van de terugvorderingen huurtoeslag over de berekeningsjaren 2013 en 2014 uitstel van betaling verleend onder de voorwaarde dat hij vanaf april 2018 gedurende 24 maanden een bedrag van € 195,- terugbetaalt. [appellant] heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om aan hem een persoonlijke betalingsregeling toe te kennen om de teveel ontvangen voorschotten huurtoeslag over de jaren 2013 (€ 1.903,-) en 2014 (€ 2.755,-) terug te betalen. Op grond van artikel 28, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen moet het bedrag van een terugvordering binnen zes weken na de dagtekening van de beschikking tot terugvordering worden betaald. Artikel 31 van de Awir biedt de mogelijkheid om nadere regels te stellen met betrekking tot het verlenen van uitstel van betaling. Hiervan is gebruik gemaakt in artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Awir.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 475d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 13 Uitv.reg.IW
- Artikel 15 Uitv.reg.IW
- Artikel 16 Uitv.reg.IW
- Artikel 3:4 Awb
- Artikel 6:22 Awb
- Artikel 1 WHT
- Artikel 5 WHT
- Artikel 13 WHT
- Artikel 17 WHT
- Artikel 3 Participatiewet
- Artikel 21 Participatiewet
- Artikel 22a Participatiewet
- Artikel 1 Zorgverzekeringswet
- Artikel 41 Zorgverzekeringswet
- Artikel 2 Wzt
- Artikel 2 Awir
- Artikel 28 Awir
- Artikel 31 Awir
- Artikel 2 Wet KB