ABRvS 2 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3135

Bij besluit van 29 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om compensatie op grond van de Regeling individueel Joods moreel rechtsherstel afgewezen. Op 13 juli 2017 heeft de raad van de gemeente Den Haag, op voorstel van het college en na overleg met diverse joodse organisaties, beleid vastgesteld voor moreel rechtsherstel voor joodse eigenaren van geroofd vastgoed in Den Haag. In de jaren direct na de oorlog heeft de gemeente aan joodse particuliere huizenbezitters of hun nabestaanden naheffingen opgelegd voor erfpachtcanons en straatbelasting over de jaren 1942-1945, die tijdens de oorlog onbetaald zijn gebleven. De eigenaren van de woningen waren in 1942-1945 weggevoerd of zaten ondergedoken en hadden dus niet de beschikking over hun bezittingen. Er zijn enkele procedures geweest over de opgelegde naheffingen. De Hoge Raad achtte de naheffingen destijds rechtmatig.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken