ABRvS 12 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2921

Bij besluit van 2 december 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat [bedrijf] een boete van € 20.750,00 opgelegd wegens het niet-registreren van de rust- en arbeidstijden op grond van de Arbeidstijdenwet. Bij besluit van 2 december 2019 heeft de minister [bedrijf] een boete van € 20.750,00 opgelegd wegens het niet-registreren van de rust- en arbeidstijden op grond van de Arbeidstijdenwet. Aan de boeteoplegging heeft hij een door toezichthouders van de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT) opgesteld boeterapport van 24 mei 2019 ten grondslag gelegd. Het boeterapport vermeldt dat de werknemers [werknemer 1], [werknemer 2] en [werknemer 3] in de periode 16 april 2018 tot 13 mei 2018 op 34 dagen vervoerswerkzaamheden voor het koeriersbedrijf [bedrijf] hebben verricht zonder dat [bedrijf] op die dagen hun arbeids- en rusttijden heeft geregistreerd. De minister heeft daarom vastgesteld dat [bedrijf] als werkgever 34 maal artikel 4:3, eerste lid, van de Atw heeft overtreden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken