Rb. Noord-Holland 3 juli 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:7024
De minister van infrastructuur en waterstaat heeft een transportbedrijf een boete van € 4.000,- opgelegd wegens het overtreden van de rij- en rusttijden door chauffeurs die werkzaam waren voor het bedrijf. De rechtbank oordeelt dat de aanpak van het bedrijf om te zorgen dat de chauffeurs zich aan de rij- en rusttijden zouden houden onvoldoende effectief en doortastend is geweest. Verder is de rechtbank van oordeel dat de hoogte van de boete niet onevenredig is aan de aard en ernst van de overtredingen. De rechtbank heeft daarbij het beroep dat het bedrijf heeft gedaan op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de (on)evenredigheid van de boetes die opgelegd worden op grond van de Wet arbeid vreemdelingen, verworpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl