ABRvS 5 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2868
Bij besluit van 5 februari 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht [appellant] preventief gelast om uiterlijk op 12 april 2022 zorg te hebben gedragen voor het herbeplanten van een perceel in de gemeente Lopik bij de Zijdewetering Noord in IJsselstein. [appellant] is eigenaar van een perceel bij de Zijdewetering Noord in IJsselstein. Op een deel van het perceel stonden bomen en struiken en in het midden van dat deel bevond zich een poel. Langs verschillende randen van het perceel liep een sloot. [appellant] heeft in april 2019 de bomen en struiken verwijderd en de poel gedempt. Het college heeft [appellant] op 5 februari 2021 tijdens de zitting bij de rechtbank preventief gelast om uiterlijk op 12 april 2022 zorg te hebben gedragen voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van het perceel. De plicht tot herbeplanting volgt uit artikel 4.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming.
De uitspraak op rechtspraak.nl