Rb. Midden-Nederland 26 februari 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1051
Preventieve last onder dwangsom inzake een herplantplicht van een houtopstand op grond van de Wet natuurbescherming. Overeenstemming bereikt over de procesrechtelijke route. Partijen willen een oordeel van de bestuursrechter over de vraag of de herplantplicht van toepassing is. Met het oog daarop is namens het college van gedeputeerde staten op de zitting een mondeling besluit genomen, waartegen eiser mondeling bezwaar heeft gemaakt. Partijen hebben ingestemd met rechtstreeks beroep, waarna de zaak direct op de zitting is behandeld. Inhoudelijk oordeelt de rechtbank over de methode van ‘afpassen’, die gebruikt wordt om de uit de wet volgende minimale oppervlakte van 10 are van een houtopstand te bepalen. Onder de voorheen geldende Boswet werd deze methode in de rechtspraak toelaatbaar geacht. De rechtbank constateert dat uit de wetsgeschiedenis van de Wet natuurbescherming is af te leiden de wetgever niet heeft beoogd om een andere invulling te geven aan de herplantplicht. De methode van ‘afpassen’ blijft in redelijkheid ook onder de huidige wet toepasbaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl