ABRvS 31 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2528
Bij besluit van 7 april 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand het besluit van 15 oktober 2019, waarbij een vergoeding is vastgesteld van € 1546,84, herzien, en de vergoeding lager vastgesteld op € 787,83. [appellante] is advocaat en neemt deel aan het High Trust-programma van de raad. Uitgangspunt van dit programma is dat de vraag of een zaak toevoegingswaardig is niet langer door de raad naar aanleiding van een toevoegingsaanvraag, maar door de rechtsbijstandverlener voorafgaand aan het indienen van de aanvraag wordt beoordeeld. Afgegeven toevoegingen en vastgestelde vergoedingen worden vervolgens achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd. [appellante] heeft aan [persoon] als slachtoffer in een strafzaak bij het gerechtshof Den Haag rechtsbijstand verleend. Daarvoor heeft de raad een toevoeging verleend. Op 15 oktober 2019 heeft [appellante] een aanvraag ingediend om een vergoeding vast te stellen voor de werkzaamheden die zij heeft verricht.
De uitspraak op rechtspraak.nl