ABRvS 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1862
Bij besluit van 12 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft de Syrische nationaliteit. Omdat hij eerder in Zweden asiel heeft gevraagd, heeft de staatssecretaris de Zweedse autoriteiten verzocht de vreemdeling terug te nemen (artikel 18, eerste lid, onder d, van de Dublinverordening). Op 28 april 2021 hebben de Zweedse autoriteiten bevestigd dat zij te laat op dat verzoek hebben gereageerd en daarmee verplicht zijn geworden om de vreemdeling terug te nemen (artikel 22, zevende lid, van de Dublinverordening). De vreemdeling betoogt dat de Zweedse autoriteiten hem zullen uitzetten naar Syrië en hij daarom indirect het reële risico loopt op zogeheten refoulement. Refoulement is het uitzetten van iemand naar een land waar hij of zij het reële risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het EU Handvest.
De uitspraak op rechtspraak.nl