ABRvS 19 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:177
Bij besluit van 3 juli 2020 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer opgelegd. Op 30 juni 2020 is aan het CBR een schriftelijke mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 van het vermoeden dat [appellant] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid en/of lichamelijke geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor zijn rijbewijs is afgegeven. Dit vermoeden is gebaseerd op een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van 30 juni 2020 van een verbalisant van de politie, eenheid Midden-Nederland. Volgens het proces-verbaal heeft de verbalisant op 28 juni 2020 waargenomen dat [appellant] met een snelheid van 80 km/h reed waar een maximumsnelheid van 50 km/h gold. Verder zag de verbalisant dat [appellant] bij het inhalen van een ander voertuig over een verdrijvingsvlak reed en geen richting aangaf.
De uitspraak op rechtspraak.nl