ABRvS 13 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2267

Bij besluit van 2 december 2019 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd aan [appellante] en de geldigheid van haar rijbewijs geschorst. Op de avond van 23 oktober 2019 is [appellante] aangehouden door een politieagent van de politie-eenheid Den Haag. Volgens de agent heeft de aanhouding plaatsgevonden naar aanleiding van een snelheidsovertreding die [appellante] heeft begaan. De verklaringen van de agent en [appellante] over de aanhouding en de gebeurtenissen die daaraan voorafgingen lopen uiteen. Het CBR heeft aan zijn bij besluit van 19 maart 2020 gehandhaafde besluit van 2 december 2019 ten grondslag gelegd dat het op basis van informatie die de politie-eenheid Den Haag aan hem heeft verstrekt eraan twijfelt of [appellante] nog wel geschikt is om auto te rijden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken